Maine Coon cattery Spiritwalker

Gezondheid


Erfelijke aandoeningen


Patella Luxatie (PL)

Bij een Patella Luxatie raakt de patella of knieschijf buiten zijn normale spoor en komt in de meeste gevallen aan de binnenkant. In andere gevallen komt de patella aan de buitenkant van het kniegewricht terecht. Bij het afglijden van de patella is het niet meer mogelijk om de poot te belasten, omdat kniegewricht en ellebooggewricht in een soort spanzaagmechanisme met elkaar samenwerken.


Een patella luxatie is een aangeboren, erfelijke afwijking. De knieschijf loopt normaliter in een gleuf in het gedeelte van het bovenbeen, die deel uitmaakt van het kniegewricht. Het feit dat de knieschijf uit zijn spoor loopt wordt veroorzaakt door fouten in de bouw van het skelet, zoals een ondiepe, soms zelfs afwezige trochlea, een min of meer gedraaid of gebogen onderbeen of een scheve aanhechting van de quadriceps.

Afhankelijk van de mate waarin een knieschijf luxeert zijn er verschillende gradaties.



Heupdysplasie (HD)

is een afwijking van één of beide heupgewrichten (dysplasie betekent “niet goed gevormd”). Bij een gezond heupgewricht passen de kop van het dijbeen en de kom van het bekken precies in elkaar. Dat wil zeggen dat het kraakbeen van de kop van het dijbeen over een groot oppervlak met het kraakbeen van de kom van het bekken in contact staat. De ontwikkeling van de heupen bij jonge, opgroeiende kat verloopt soms niet helemaal normaal, waardoor misvormde gewrichten ontstaan.


HD wordt meestal veroorzaakt door een combinatie van erfelijke aanleg en externe factoren. Het is een erfelijk bepaalde afwijking, die door externe invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging, spierontwikkeling, voedingssupplementen en voeding, positief als negatief kan worden beïnvloed. Een dier dat geen aanleg heeft, kan een misvormde heup krijgen door externe factoren. Een dier dat wel aanleg heeft, kan ook positief door externe factoren worden beïnvloed, waardoor minder misvorming zal ontstaan. Door de verschillen tijdens het opgroeien kunnen dieren met dezelfde erfelijke aanleg uiteindelijk toch verschillende heupen ontwikkelen.


HD is vooral bekend uit de hondenwereld en komt meestal voor bij honden van grote en middelgrote rassen, maar ook andere dieren (of mensen) en zelfs kleinere rassen kunnen HD krijgen. Ook in de vrije natuur wordt er regelmatig HD aangetroffen bij dieren. Het is dus niet per se een afwijking, die ontstaan is door verkeerd fokbeleid. Twee dieren met goede heupen kunnen toch nakomelingen krijgen met HD en uit twee dieren met een lichte vorm van HD kunnen HD vrije nakomelingen krijgen. Ondanks jarenlange toepassing van uitgebreide gezondheidsprogramma’s in de hondenfokkerij is het aantal honden met HD niet sterk beïnvloed.


Bij een goed gevormd heupgewricht bestaat deze uit een kop die draait in een kom. De gladde, bolronde kop van het dijbeen draait in een diepe kom van het bekken. De kop wordt op zijn plaats gehouden door een stevig gewrichtskapsel en omringende spieren. Honden/ katten die voldoende beweging tijdens het opgroeien hebben gehad, zullen minder last hebben van heupdysplasie, omdat de spieren en kapsels sterker zijn. Hierdoor blijft de kop beter in de kom zitten. Doordat de kop kan draaien in de kom kan het dier zich voortbewegen. Bij het draaien moet de kop wel goed aansluiten in de kom. Deze stevige aansluiting van de kop in de kom is niet alleen noodzakelijk voor een goede functie van het gewricht, maar is ook noodzakelijk voor een normale ontwikkeling van het gewricht van jonge, nog groeiende dieren.


Cardiomyopathie

Het meest voorkomende hartprobleem bij katten lijkt cardiomyopathie (ziekte van de hartspier) te zijn. De volgende 3 vormen van cardiomyopathie worden onderkend:

  • restrictieve vorm: de hartspier verbindweefselt
  • gedilateerde vorm: de hartspier wordt slapper en dunner
  • hgypertrofische vorm: de hartspier verdikt


Restrictieve vorm

is een vorm van hartspierziekte waarbij bindweefselvorming in gedeeltes van de hartspier plaatsvindt. Het is een vorm die bij katten zeer zelden gezien wordt.


Gedilateerde Cardiomyopathie (DCM)

kan veroorzaakt worden door een voedingsfout, namelijk een gebrek aan taurine. Door verhoging van het taurinegehalte in de commerciële voeders is deze aandoening nu zeldzaam geworden. Het wil echter niet zeggen dat een kat met DCM dit heeft gekregen door een voedingsfout, ook hier zijn meer oorzaken mogelijk. DCM wordt nu voornamelijk gezien bij oudere dieren. Het eerste verwijdt de linker kamer, in een later stadium verwijdt het hele hart.


Hypertrofische Cardiomyopathie (HCM)

is de meest voorkomende vorm. Bij HCM zijn de spieren van de wand van de linkerkamer in dikte toegenomen (hypertrofie). Dit veroorzaakt een toenemende verstijving in de linkerkamer, waardoor die zich niet efficiënt kan vullen. Bovendien wordt de ruimte in de linkerkamer steeds kleiner met als gevolg dat minder bloed rond wordt gepompt en de ruimte in de linkerboezem vergroot. Hierdoor ontstaat o.a. een vergrootte kans op trombose. Door een drukstijging in de linkerboezem neemt de druk in de longvaten toe, wat leidt tot vochtophoping in de longen en de borstkas. Tevens kan bij HCM een verdikking van de spieren waarmee de hartkleppen bevestigd zijn optreden en een abnormale beweging van de hartkleppen, ook wel SAM (Systolic Anterior Motion)genaamd, ontstaan. HCM kan worden veroorzaakt door externe factoren. Een te snel werkende schildklier kan tot de verschijnselen van HCM leiden. Dit is eenvoudig vast te stellen door een bloedtest. HCM hoeft niet per se erfelijk te zijn, maar bij HCM op jonge leeftijd moet toch gedacht worden aan een genetisch defect.


Polycystic Kidney Disease (PKD)

is een erfelijke nierziekte, die vooral gevonden wordt bij Perzen en Exotisch Korthaar (kortharige Pers), maar ook voorkomt bij andere rassen waarbij in het verleden Perzen zijn ingekruisd.

PKD wordt het makkelijkst vastgesteld door echografisch nieronderzoek, waarmee de ziekte vanaf tien maanden opgespoord kan worden als er cystes in de nieren worden aangetroffen. Voor een onderzoek is het enkel noodzakelijk om de haren over het midden van de buik te scheren en een korte periode (enkele minuten) van scannen om de aanwezigheid van cystes vast te stellen. Zelden is een verdoving nodig. Het is erg belangrijk dat de scan wordt uitgevoerd met goede apparatuur en dat de resultaten geïnterpreteerd door radiologisch getrainde dierenartsen. Als dit alles het geval is, is de diagnose voor 98% zeker.


PKD is een langzaam verlopende progressieve ziekte met een uiteindelijk altijd dodelijke afloop. De kat wordt pas vrij laat in zijn leven echt ziek, hoewel cystes al langer aanwezig zijn. Problemen starten met met zo'n jaar of zeven met vergroting van de nieren en gestoorde nierfunctie.


Het is bewezen dat de ziekte erfelijk is. Cystes zijn aanwezig vanaf de geboorte. De grootte varieert van minder dan een millimeter tot verscheidene centimeters. Oudere dieren hebben grotere en meer cystes. De problemen waardoor de kat ziek wordt, beginnen wanneer de cystes gaan groeien en hierdoor het functionele nierweefsel in de verdrukking komt. Daardoor kunnen de nieren niet goed meer functioneren. De kat sterft uiteindelijk aan de gevolgen van chronisch nierfalen.


Spinale Musculaire Atrofie (SMA)

is een erfelijke aandoening waarbij de zenuwcellen, die de skeletspieren van de romp en de ledematen aansturen, worden aangetast. De ziekte wordt autosomaal recessief overgedragen, dat wil zeggen dat het niet geslachtsgebonden is en dat beide ouders drager moeten zijn. Zij dragen de ziekte over, zonder dat ze zelf aan de ziekte lijden. Hun kinderen hebben 25% kans op de ziekte, 50% kans op dragerschap en 25% kans op het niet erven van de genetische afwijking. Een autosomaal recessieve aandoening kan zich dus ongemerkt gemakkelijk in een populatie verspreiden. Dit is dus bij SMA het geval.


Verlies van zenuwcellen in de eerste levensmaanden leiden tot spierzwakte en atrofie (verschrompeling), hetgeen op de leeftijd van 3 à 4 maanden duidelijk wordt. Als ze 5 à 6 maanden oud zijn, is hun achterkant zo verzwakt dat ze moeite hebben met op meubilair springen en landen vaak op een lompe wijze als ze naar beneden springen. Doordat ze onvoldoende kunnen bewegen, kunnen vergroeiingen ontstaan van de wervelkolom, de knieën, de ellebogen en de voeten. De ademhalings- en slikspieren worden niet aangetast maar door vergroeiing van de wervelkolom (scoliose) is het risico van infecties aan de luchtwegen of een longontsteking aanwezig. Als de spieren die bij het kauwen gebruikt worden, aangetast zijn, kan eten moeizamer gaan. Het verloop van de ziekte is ernstiger naarmate deze eerder optreedt.


Entropion

is een afwijking waarbij de oogleden naar binnen omkrullen. Het gevolg hiervan is dat de haren die op de buitenkant van de oogleden liggen, nu de oogbol irriteren. In ernstige gevallen kan dit tot perforatie van de oogbol en blijvende blindheid leiden. De aandoening kan in principe bij iedere diersoort voorkomen, maar komt vaker bij de hond en kat voor.


Meestal is de oorzaak een "aanlegfoutje"; de oogleden zijn niet helemaal normaal gevormd. Deze vorm is aangeboren en geeft vaak al op jonge leeftijd klachten. Dit is in veel gevallen een erfelijk probleem. In de fokkerij moet hiermee terdege rekening worden gehouden. Een andere vorm ontstaat na langdurige, onbehandelde ontstekingen van het oog. Door het voortdurend dichtknijpen van het oog kan ook entropion ontstaan. Deze vorm verdwijnt niet altijd als de ontsteking is genezen.



Infectueuze en immuniteit aandoeningen


Feline Infectueuze Peritonitis (FIP)

is een ziekte die veroorzaakt wordt door een corona infectie. Veel verschillende stammen van het coronavirus kunnen de kat infecteren, maar de meeste veroorzaken geen ernstige ziekte. FIP-producerende stammen worden onderscheiden door hun mogelijkheid om bepaalde witte bloedcellen binnen te gaan en daar te groeien. De geïnfecteerde cel transporteert het virus door het kattenlichaam. Een intense ontstekingsreactie ontstaat in bet weefsel waar deze cel terechtkomt. Het is deze interactie tussen het immuunsysteem van het lichaam en het virus dat de ziekte veroorzaakt.


Feline Leukemie Virus (FELV)

of leucose is een virusziekte met een dodelijke afloop. Het virus kan leukemie (tumoren van de witte bloedcellen) veroorzaken, maar dit is niet de ziekte die het meeste optreedt na infectie. Het virus tast namelijk het immuunsysteem van de kat aan (immunosuppressie), waardoor ze gevoeliger zijn voor infecties. Het ziektebeeld van FeLV wordt daardoor vooral veroorzaakt door secundaire infecties.


Feline Immunodeficientie Virus (FIV)

wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan het HIV virus bij de mens dat AIDS veroorzaakt. FIV wordt daarom ook wel kattenaids genoemd. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens. Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via vecht- en bijtwonden worden katten geïnfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geïnfecteerde katers tweemaal zo groot als geïnfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten, die naar buiten gaan. Katten die binnenshuis leven, in een groep waar de rangorde is bepaald, zullen elkaar niet snel besmetten, omdat ze niet veel vechten met elkaar. Ook bij dekkingen wordt vaak gebeten (nekbeet), waardoor een poes geïnfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan de ziekte ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens. Bij FIV geschiedt de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact. FeLV wordt daarentegen voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen en in een veel mindere mate door een bijtwond met vechten.


Bron: www.mainecoon.nl


Voor meer informatie:

https://www.pawpeds.com/healthprogrammes/

https://www.mcvoordieren.nl/kennisbank

https://www.licg.nl/katten/